|
Varen Varen
Het vroor al zeker
zeven dagen De Anna koos het
ruime sop Schotsen ijs doorkliefde
zij Plotsklaps klonk
een luid gekraak Bram stopte kalm
zijn zeemanspijp onwetend van het feit dat dit monsterlijk geluid het begin was van een strijd Een ijsfontein verraste hem zowaar als hij daar stond Haar schoonheid stokte zijn adem ze spoot haar ijs in 't rond Groter, mooier was Brams leus en het ijs ontsteeg zijn schuit de visser zag geen andre keus en schopte de fontein er uit Spuitend op de vrije
zee 't waterpeil begon
te dalen Rap deed Bram de
luiken open Weldra waren ruim
en dek
|
Bram dichtte kundig
elk gat hoog torende de
boom van ijs Bi- en triceps zwollen
vol De hitte van Brams
pijptabak Een ons Van Nelle
later De Anna werd bruusk
opgetild Het dorp liep dankbaar
wuivend uit De visser vreesde
voor zijn dieren Door krabben ingesloten Door pure angst
gedreven, Een octopus greep
rap het roer
|