Varen Varen

 

 

Het vroor al zeker zeven dagen
zelfs de zee zat zowat dicht
toen Bram de visser zonder klagen
't koude anker had gelicht

De Anna koos het ruime sop
zoals ze dat al jaren deed
klom tegen hoge golven op
waarvan ze gracieus afgleed

Schotsen ijs doorkliefde zij
met allergrootst gemak
Bram zette nog een zeiltje bij
Ja Bram verstond z'n vak

Plotsklaps klonk een luid gekraak
Het kwam vanuit 't vooronder
Was daar nu rampspoed in de maak?
toen nóg meer helsch gedonder

Bram stopte kalm zijn zeemanspijp
met Zwaer Van Nelle shag
Toen vond hij het beraad pas rijp
en overstak het dek

Hij daalde af in de kajuit
onwetend van het feit
dat dit monsterlijk geluid
het begin was van een strijd

Een ijsfontein verraste hem
zowaar als hij daar stond
Haar schoonheid stokte zijn adem
ze spoot haar ijs in 't rond

Groter, mooier was Brams leus
en het ijs ontsteeg zijn schuit
de visser zag geen andre keus
en schopte de fontein er uit

Spuitend op de vrije zee
had de ijsfontein vrij spel
zoog al het water met zich mee
het was met recht een kwade kwel

't waterpeil begon te dalen
Anna's kiel schoof over grond
Visser Bram begon te stralen
vissen ov'ral in het rond

Rap deed Bram de luiken open
Anna's buikje vulde gauw
vissen sprongen, krabben kropen
t'ander zeefruit volgde trouw

Weldra waren ruim en dek
één groot levend zeetapijt
't werd weer tijd voor het vertrek
Bram die had geen zee van tijd

 

 

 





Bram dichtte kundig elk gat
en stormde naar het nest
omdat hij water nodig had
zag hij 't daar het best

hoog torende de boom van ijs
inmiddels heus reusachtig
Bram sleep snel zijn stalen zeis
z'n schede scheen weer krachtig

Bi- en triceps zwollen vol
gereed voor zware arbeid
dra was de waterparasol
voltooid en verleden tijd

De hitte van Brams pijptabak
zou de spuiter pijnen
zodat het ijs met groot gemak
ging smelten en weer deinen

Een ons Van Nelle later
was de hitte niet te harden
kolkend kokend water
smolt d'ijsfontein aan flarden

De Anna werd bruusk opgetild
als was ze slechts een veder
en keerde niet gans ongewild
toen op de vloedgolf weder

Het dorp liep dankbaar wuivend uit
toen ze hoorden van de vangst
Geen sterveling betrad de schuit
Brams ogen spraken angst

De visser vreesde voor zijn dieren
geen van hen zou overleven
't zeefruit zou dit niet plezieren
en ons Bram nooit meer vrijgeven

Door krabben ingesloten
zag Bram het meerfruit muiten
een kreeft op hoge poten
Sprong Bram rap naar de kuiten

Door pure angst gedreven,
ons Bram was echt geen watje
verliet hij d'achtersteven
op zoek naar hulp in't stadje

Een octopus greep rap het roer
en keerde Anna vlug
zo vertrok het muitend voer
en kwam nimmer meer terug


einde