|
Hee, ik
pakje!
'T was nog fris
die vroege morgen
mist omhulde het gehucht
Sjaak was vroeg met post bezorgen
slaakte een vermoeide zucht
Geen enkeling was
reeds ontwaakt
zelfs de haan zat nog op stok
de nachtuil had z'n "oeh" gestaakt
vijfmaal sloeg de torenklok
Haast al z'n post
lag bij diens doel.
slechts een minuscuul pakket
lag daar op Sjaaks bijrijdersstoel,
met loep zag je het net
t'etiket had slechts
één woord
in gotisch schrift geschreven
Sjaak keek eens goed, stond daar écht "Moord"?
en toen liet Sjaak het leven.
Sjaaks wagen kantelde
op zij
portieren klapten open
Het voertuig liet het pakje vrij
bestemming misgelopen?
Hendrik Jan was
juist aan't maaien
toen zijn scherpe boerenoog
hem dwong z'n trekker rechts te draaien
om het pakje met een boog
Door nieuwsgierigheid
getroffen
Nam de boer het pakje op
keek niet eens dus dat was boffen
dislexie redde zijn kop
na het noeste weilandswerk
ging de boer naar zijn boerin
in lezen was ook zei niet sterk
zij kende wel ontdekkingszin
met haar zuiv're
laaglandsoog
ontwaarde zij een piepklein slot
ambacht die er niet om loog
maar ze kreeg het zo kapot
beiden keken elkaar
aan
slechts een pil lag in't pakket
goed verpakt in cellofaan
verder niets, geen etiket
Hendrikus was ietwat
naïef
kreeg een smartie-associatie
en de pil die hij toen hief
testte hij op smaaksensatie
even kauwen, dan
goed slikken
"weinig smaak", bromde de boer
toen begon diens buik te prikken
't was bepaald geen daaglijks voer
|
Driekus
visie kleurde paars
Zijn boerenlijf begon te beven
en diens opgezette vaars
kwam in zijn tollend brein tot leven
Briezend boog het
bonte beest
zich met haar uiers naar hem toe
en zo werd Driekus rap omvleest
en zag de wereld enkel koe
Antje keek met lede
ogen
naar het schuim op Driekus' mond
Hij had Antje nooit gemogen
en deed daarvan luidkeels kond
het boe-geroep werd
Antje zat
Driekus leek een gekke koe
en daar gaan boeren niet op prat
haar man was aan ontruiming toe
Antje liep naar
de garage
kroop kordaat de shovel op
Driekus was nu écht het haasje
lag rap op de grove schop .
zonder het te weten
werd Antje ook besmet
en zij sloeg weldra kreten
van pure polderpret
Driekus oog zag
Antjes vlekken
ravenzwart op witte huid
en haar hoekig botten bekken
puilde schonkig vaarsig uit
in een klap was
Driek "in love"
in hem kolkte stierenbloed
blies hun huwelijk vrij van stof
zoals een stier dat snuivend doet.
na een uurtje hooi
jolijt
verried de pil zijn ware aard
want de heuse narigheid
zat in het venijn der staart
De slikker wordt
dat wat hij voelt
een koe of zelfs de dood
Het zelfbeeld wordt zoals bedoeld
wanstaltig uitvergroot
Eenmaal terug op
aarde
Keek boer Driek zijn Antje aan
De relatie en zijn waarde
Waren gans teloor gegaan
Als men dat wordt
wat men wil
wordt men dat in eenzaamheid
en staat men dan pas erbij stil
dat de post soms niet verblijdt.
Einde
|