GROTE GROT!

In een oude mergelgrot
die diep en donker was
weerklonk een uitroep van genot
Het was spelonker Bas
 
hij kroop op onbekend terrein
zijn zoeklicht zocht 'n artefact
want in die oude mergelmijn
was een koningsgraf gehakt

een smalle spleet sperde zijn pad
op 't oog geen spleet der spleten
het was dat Bas zijn zoeklicht had
hij was 'm haast vergeten

het lamplicht lekte door de kier
langs de lange mergelwand
en zo zag Bas tot zijn plezier
daar de tombe onbemand

gretig gleed hij in de groef
het grafgat gaf glad grimmen prijs
vergane resten ener boef
waren daarvan het bewijs

Schor lachte Bas zijn angsten weg
hij keek de arme drommel aan
"Mij overkomt niet zoveel pech!"
Prompt zag ook Bas de mummy staan

Een mummie hoort niet te bewegen
't maakte toch een ferme stap
hield zo vluchtend Basje tegen
die nu zwat uit ongemak

De mum wond er geen doekjes om
en omwikkelde Bas strak
Maar de spelonker was niet dom
Bas hield zijn adem met gemak

Aan 't einde van de wikkelstrijd
die de mum verbandloos liet
heerste instabiliteit
die diens zwakke plak verried

Bas blies bruusk zijn asem uit
't lint leek langzaam los te komen
dwarrelde zonder geluid
als menig herfstblad van de bomen

Beiden waren ras ontbonden
Doch vrij vond zich de mum niet
daar zijn botten trillend stonden
zonder steun op het graniet

Wraaklustig blies de boze Bas
De broze botten bot omver
hetgeen het brute einde was
van ons mum in de kerker

Eindelijk kreeg Bas pas oog
voor het oerstuk hoog geplaatst
zijn hart stond stil, zijn mond werd droog
want daglicht werd in goud weerkaatst

Hij gaapte naar de gulden god
dat ding daar deed de jongen't voor
reeds jaren had hij menig grot
verkend met zijn spelonkersboor

Gretig tilde hij de schrijn
van de gul versierde zuil
en snelde weg uit het domein
met de schat vast in z'n muil

Veilig buiten aangekomen
hevig hijgend van de vlucht
keek hij uiterst ingenomen
naar zijn prijs en stiet een zucht

Een vroom geprevel schrok hem op
en liet bijkans zijn buit ontgaan
een menigte van honderd kop
was om ons Basje heen gaan staan

Men sprak van een voorspelling
een regelrechte ramp
de bode dezer kwelling
Zou getooid zijn met een lamp

Slechts zuivere verering
zou rampspoed doen verdwijnen
Bas eren of de tering
Men moest zichzelf  verreinen

En zo kreeg Bas een heus paleis
aan goud had hij nu geen gebrek
de schrijn hield hij als stil bewijs
en zelfs de mummy kreeg een plek.

EINDE