geWoon geVaar

 

 


Op een bankje in het park
zat een man te huilen.
Men had net hem zijn woonark
voor een flatje doen verruilen
 
jaren lang had Simon's leven
plaatsgevonden in een gracht
waar het enig mensenstreven
tot dobberen was t'ruggebracht
 
niks geen zeeziek, vrijheid was het
aard- en klinkerloos bestaan
Simons "root" lag in een grashut
ver van elke stad vandaan
 
Simons ouders waren hippie
een rijtjeshuis was echt taboe
't pad naar zijn huis was een trippie
daar vloog je immer high naar toe
 
Achter hennep lag hun vijver
Oase van volmaakte rusten ee nzin
Daar had Simon met veel ijver
Aan een eigen boot geklust
 
zijn hele puberteit
lag Simon in zijn bootje
verdeed kostbare tijd
diploma's naar zijn grootje

niks anders restte pa en ma

dan alle hoop te laten varen
waterogend riep pa "Ga!"

Ma kon hem niet bedaren
 
Simon's boot bood Simon schuil
Schuw schipperend van sloot tot sloot
en niemand hoorde zijn gehuil

Wat droeve Simon zeer verdroot
 
het bitt're waterleven
hield Simon niet meer uit
en dus nam onze "held"

een rigoreus besluit
 
het roer ging om
dus sloot werd gracht
ondr het mom

ik wil aandacht

aandacht kreeg hij zeker
na het pimpen van zijn boot.
want  dezelfde avond bleek 'r

bezoek van een enorme stoot
 
zij leek te zijn gevallen
voor Simons kleurpalet
zo rood als op de wallen
met goudverf aangezet

Een boot zoals de zijne
dat was haar grote droom
"Die schuit wordt mooi de mijne"

riep zij gespeend van schroom

alsof de schuit al d'hare was
sloeg zij aan’t herinrichten.
Nu oov'ral goud, rood lood om glas
omrand met kerstboomlichten

 
Simon kreeg het spaans benauwd
dit was niet wat hij wilde!
"Mijn boot is hier voor niet gebouwd!",

was wat hij huilend gilde.

Het bleek water onder  brug
ontdekte Simon bleek
en zag zijn schuit ook vlug

teloorgaan na zijn preek

Het pimpen werd de schuit fataal:

die zuilengalerij
bezweek door eigen bloemenpraal

o welk een averij !

Bodem werd schips nieuwe haven

weg was al het woongenot
slechts de vlagmast bood de raven
uitstel van een zwervend lot  

Zeewaardig was het afscheid 
door opwaarts bubblend goud
toen ook de "speelse" huisvlijt
aan't nat werd toevertrouwd (prachtig!)

Daar stond hij aan de kade

Van huis en haard ontdaan
hij sloeg het water gade
En plengde stil een traan

De "liefde" van de stoot
Bleek enkel bootgericht
Het licht van glas en rood

Daar was zij voor gezwicht

Met ziel onder zijn arm
Droop Simon door de stad
omstandigheid: "erbarm"
Maar niemand vroeg hem wat

Zijn zeemans-Blues moest ieder horen
zo beklom hij dus een flat
en kon hij zondagsrust verstoren
Niet geheel tot ieders pret

"Mijn boot, mijn hart, mijn hele ziel!"
zo klonk de ochtendlitanie
"mijn levens-zin is nu nihil!
Wie toont er sympathie??"

...Op balkon zat zij te spelen
Contrabas in zwaar mineur
Zo kon zij zoals zo velen
Vluchten uit versteende sleur

Elske was sinds jaar en dag
gekluisterd aan haar ziekenbed
elke ochtend was het Bach
Die galmde door de flat

 

Het spel der noten bracht haar daar
waarheen de dromen voeren
en zij gewoon zichzelf mocht zijn
Los van infuus en snoeren

'N aanvaring bracht afhankelijkheid
De schippersvrouw die werd patient
voor eeuwig van de zee "bevrijd"
In haar appartement

In haar hoofd kwam menig keer
de zee onstuimig spoken
Overboord sloeg ze bij't weer


 

 

 

 

wordt vervolgd.....