|
Keesje 't weesje Haastig
lopend over straat liep een
bijziend weesje u weet
wel over wie het gaat het was
ons kleine Keesje Kees was
altijd alles kwijt geen
enkel ding behield hij lang ook
ditmaal zocht hij uitgebreid naar z'n
tamme dwergbril-slang Zijn
handicap was Kees tot last in alles
zag hij zijn slang Dave zodat hij
telkens werd verrast als enig
respons weer uitbleef Dave had
dagen niet gegeten Onze Kees
was geen goed baasje dus was
Dave 'm boos gepleten en was
elk mens plots het haasje Kees trof
enkel lege straten met
daarin slechts lege huizen en zelfs
achter plintengaten niet eens
tekenen van muizen Klonk
daar niet een stil geween? een
tranend jonge vrouw lag
hulpbehoevend en alleen zo triest
in diepe rouw Op de
tast kroop Keesje nader 't
snikken gidste hem tot haar in een
zeer romantisch kader depte hij
haar tranen daar "Waarom
toch dit tranendal ben je
soms iets dierbaars kwijt? Zeg mij
hoe ik helpen zal en je van
verdriet bevrijd" "Mijn
lieve oma is verdwenen", vertelde
zij bedeesd. "Ze
is niet op de soos verschenen en daar
is ze toch het meest." "Ik
vond hier net een knotje wol vlakbij
het gootsteenputje." Haar
gemoed schoot alweer vol daar in
dat burgerhutje. |
De wollen
draad vormde een spoor naar een
groot en donker hol. Bang ging
Kees het meisje voor letterlijk
als blinde mol. Een zacht
getik deed hen bevriezen kon dat
dan toch oma zijn? Er was
geen tijd meer te verliezen want
misschien had oma pijn! Toen
ontdekte Keesje Dave in zijn
bek het wollenspoor. Dat oma
in de slang verbleef had onze
Kees gelijk al door. Hij
voelde een enorme bult onderaan
de slang. Het wreed
reptiel had zich gevuld met die
oude tang Kees
sprak Dave vermanend toe en
probeerde streng te kijken maar een
blinde weet niet hoe een boos
figuur behoort te lijken Dave brak
uit in hard gelach want
diens wraak was aangebroken Spottend
met Keesjes gezag was hij
naar de vrouw gedoken Dreigend
opende zijn bek met een
rood gespleten tong "frisse
lucht!" riep oma krek, "Haal
me rap hieruit, mien jong!" Een
wollen sjaal wierp oma uit en door
Kees vliegensvluggigheid schoot
oma uit haar slangenhuid en zo was
oma snel bevrijd zij
wendde zich tot het reptiel trok Dave
daar toch aan zijn staart dat bleek
diens Achilleshiel een krijs
ging met gehis gepaard Kees rest
nu slechts een slangenvel gestript
van enig leven vinden
kan hij Dave nu snel ’t vel
blijft aan zijn handen kleven.. EINDE |