Niet goed gemutst

 

Een oude dwerg was in het woud,

alwaar hij liep te zoeken

't werd al donker, beetje koud

inwendig klonken vloeken

 

hij was zijn muts al uren kwijt

en met zijn zwak gestel

meed hij telkens met beleid

het blad der brandnetel

 

opeens daar hangend aan een twijg

ontwaarde hij zijn muts

al zwoegend en met heus gehijg

begon hij zijn gepruts

 

een vogel zag zijn wild geklouter

daar aan het eikenschors

hij moest lachen, alleen en louter

om die dwaze tour de force

 

De muts, dat was zijn enig doel

geen hindernis was te hoog

geen vuur te heet, geen ijs te koel

slechts zijn broek hield hij niet droog

 

het vocht ging danig tegenwerken

want het eikenschors werd glad

hij trachtte zijn movements te beperken

maar kreeg op het schors geen vat

 

 

 

daar gleed die oude knar

met wapperende baard

en nogal in de war

omlaag met grote vaart

 

zijn leven vloog aan hem voorbij

een film van duizend jaar

eeuwen was hij vogelvrij

nu leek zijn einde daar

 

de tranen sprongen uit zijn ogen

hij zag daardoor zijn redding niet

handen die er niet om logen

redden hem van zijn verdriet

 

Het was de wachter van het bos

die hem vastgreep aan zijn baard

vele haren lieten los

zijn kin was nu compleet onthaard

 

de vogel zag hem jammerlijk huilen

na ontdekking van 't verlies

hij kon zich beter maar verschuilen

aldus gaf hij de dwerg advies

 

Zie je in het bos, een heel klein mutsje hangen

Doe dan de dwerg een groot plezier

pak hem dan maar vlug, de dwerg zit te verlangen

naar dat gekoesterde breiwerk voor bescherming en sier.

 

EINDE